Spy paalopties en -instellingen

U kunt de opties en instellingen voor een aangesloten Spy™ paal configureren, zoals het instellen van acties voor de bewegingsafstandsbediening of de voetbediening en het kalibreren van de koerssensor.

Om de Spy™ paalinstellingen te openen, moet u eerst de Spy™ paal bedieningsbalk aan een scherm toevoegen. Om de instellingen te bekijken, selecteert u op de Spy™ paal bedieningsbalk Menu-knop .
OPMERKING: Wanneer de kaartplotter voor het eerst een nieuwe Spy™ paalverbinding detecteert, wordt u gevraagd een installatiewizard te starten waarmee u deze configuratieopties kunt instellen en de koerssensor kunt kalibreren. U kunt de instellingen in dit menu op elk gewenst moment gebruiken om de Spy™ paalconfiguratie bij te werken of de koerssensor opnieuw te kalibreren.
SpyScan™

Hiermee start en stopt u de SpyScan™ zoekmodus. Selecteer de Menu-knop om verschillende SpyScan instellingen te configureren, zoals de hoek, richting en snelheid (SpyScan Zoekmodus).

SpyLink™

Start en stopt de SpyLink™ synchronisatie met een aangesloten Garmin® trolling motor (SpyLink Synchronisatie).

Auto SpyLock™

Start en stopt de automatische SpyLock™ puntenvergrendeling. Selecteer de Menu-knop om het bereik van deze functie aan te passen (SpyLock functie).

Bewegingsafstandsbediening

Hiermee stelt u de acties in die zijn gekoppeld aan de knoppen op een aangesloten bewegingsafstandsbediening.

Spy™ voetbediening

Hiermee stelt u de acties in die zijn gekoppeld aan de knoppen op een aangesloten Spy™ voetbediening.

Naam van paal instellen

Hiermee stelt u een naam in voor deze Spy™ paal. Dit is handig wanneer u meer dan één Spy™ paal hebt aangesloten op hetzelfde Garmin BlueNet™ of Garmin Marine Network.

Installatie > Transducer auto parkeren

Stelt de kant zo in dat de Spy™ paal wordt gedraaid en geparkeerd wanneer deze wordt opgeborgen.

Installatie > Wizard Setup

Hiermee wordt de Spy™ wizard voor het instellen van de paal opnieuw uitgevoerd.

Installatie > Kalibreer

Hiermee stelt u afzonderlijke kalibratiewaarden in, onafhankelijk van de installatiewizard (Een Spy paal configureren).

Installatie > Aangesloten transducers

Hiermee stelt u de transducer of transducers in die zijn geïnstalleerd op de Spy™ paal. Als er meer dan één transducer op de Spy™ paal is geïnstalleerd, kunt u de primaire transducer instellen die wordt gebruikt voor functies zoals de automatische SpyLock functie.

Installatie > Auto inschakeling

Hiermee stelt u het inschakelgedrag voor de Spy™ paal in. Standaard schakelt de Spy™ paal zichzelf in als er een stroomtoevoer is. U kunt dit wijzigen zodat u handmatig op Aan-uitknop moet drukken om het toestel in te schakelen.

Installatie > Standaard​instellingen

Herstelt de standaardinstellingen van de Spy™ paal, maar verwijdert geen kalibratiegegevens of koppelingsgegevens.

Installatie > Fabrieksinstellingen

Hiermee herstelt u de standaardfabrieksinstellingen van de Spy™ paal, inclusief kalibratiegegevens. Verwijdert ook alle koppelingsgegevens met een kaartplotter en andere randtoestellen.

GUID-25CCEC48-337E-47C0-8B89-5C35CCDB65AC v35
April 2026