De batterijspaarstand aanpassen
Met de batterijspaarstand kunt u snel systeeminstellingen aanpassen om de levensduur van de batterij in de watchmodus te verlengen.
U kunt de batterijspaarstand inschakelen via het bedieningsmenu (Bedieningselementen).
-
Houd op de wijzerplaat
ingedrukt.
- Selecteer Instellingen van watch > Energiebeheer > Batterijspaarstand.
- Selecteer Status om de batterijspaarstand in te schakelen.
-
Selecteer Wijzigen en selecteer een optie:
-
Selecteer Wijzerplaat om een energiezuinige wijzerplaat in te schakelen die eenmaal per minuut wordt bijgewerkt.
-
Selecteer Muziek om het beluisteren van muziek op uw smartwatch uit te schakelen.
-
Selecteer Telefoon om de verbinding met uw gekoppelde smartphone te verbreken.
-
Selecteer Wi-Fi om de verbinding met een Wi‑Fi® netwerk te verbreken.
-
Selecteer op een fēnix® 8 Prowatch LTE om de verbinding met het LTE-netwerk te verbreken.
-
Selecteer Polshartslag om de polshartslagmeter uit te schakelen.
-
Selecteer Pulseoxymeter om de sensor van de pulse oximeter uit te schakelen.
-
Selecteer Scherm altijd ingeschakeld of Scherm om het scherm uit te schakelen wanneer het niet wordt gebruikt.
-
Selecteer Helderheid of Schermverlichting om de helderheid van het scherm te verlagen of de schermverlichting uit te schakelen.
-
Selecteer Activeringswoord om het activeringswoord voor spraakopdrachten uit te schakelen.
-
Selecteer Actief bij melding of Waarschuwing achterlicht aan om te voorkomen dat het scherm wordt ingeschakeld wanneer u een melding of waarschuwing ontvangt.
-
Selecteer Actief bij gebaren of Gebaar achterlicht aan om te voorkomen dat het scherm wordt ingeschakeld wanneer u uw arm optilt en draait om naar uw pols te kijken.
De smartwatch laat de levensduur van de batterij zien voor elke aangepaste instelling.
-
- Selecteer Waarschuwing Batterij bijna leeg om een waarschuwing te ontvangen wanneer het batterijniveau laag is.