Werken met de geschiedenis

De geschiedenis bevat voorgaande activiteiten die u op het toestel hebt opgeslagen.

  1. Houd UP ingedrukt.
  2. Selecteer Geschiedenis > Activiteiten.
  3. Selecteer een activiteit.
  4. Selecteer een optie:
    • Selecteer Details om extra informatie over de activiteit weer te geven.

    • Selecteer Ronden om een ronde te selecteren en extra informatie weer te geven over elke ronde.

    • Selecteer Intervallen om een interval te selecteren en extra informatie weer te geven over elk interval.

    • Selecteer Kaart om de activiteit op de kaart weer te geven.

    • Selecteer TracBack (Navigeren naar uw vertrekpunt) om in omgekeerde volgorde over de route te navigeren die u voor de activiteit hebt afgelegd.

    • Selecteer Wis om de geselecteerde activiteit te verwijderen.

    • Selecteer Ga om over de route te navigeren die u voor de activiteit hebt afgelegd.